KBA Nijmegen
KBA
KBA

Intern rendement, monitoring en benchmarking


Het in een monitor of benchmark vast te stellen opleidingsrendement in een bepaalde periode wordt veelal uitgedrukt in termen van het percentage behaalde diploma’s (intern rendement) en de uitstroom naar het beroepenveld waarvoor een opleiding zijn deelnemers kwalificeert (extern rendement).
KBA Nijmegen is betrokken bij diverse vormen van monitoring binnen uiteenlopende opleidingssectoren, van niveau 1-opleidingen in het mbo tot en met masteropleidingen in het hbo.
 
Een specifieke vorm van monitoring is de in opdracht van de MBO Raad uitgevoerde Benchmark MBO, die opgezet is om de kwaliteit van het middelbaar beroepsonderwijs verder te verbeteren door transparantie bieden over hun prestaties en door mbo-instellingen van elkaar te laten. Benchmarken is het systematisch vergelijken van prestaties van instellingen, met als doel het genereren van stuurinformatie door het beschikbaar stellen van spiegelinformatie. Het gaat dus om informatie die de instellingen kan helpen hun organisatie optimaal aan te sturen, interne processen te optimaliseren en daarmee hun prestaties te verbeteren.

KBA Nijmegen is verantwoordelijk voor de uitvoering van de bouwsteen succes. In het kader van deze bouwsteen wordt op grond van BRON-gegevens een doorkijk gegeven in het deelnemersbestand van mbo-instellingen en hun interne rendement of succes. De succescijfers van het mbo worden gerelateerd aan relevante achtergrondgegevens, waardoor de succescijfers expliciet in hun context worden geplaatst en ingrediënten aangeleverd worden voor het ‘verhaal achter de cijfers’. Daarnaast heeft KBA Nijmegen in het kader van de benchmark een categorieënsysteem voor een landelijk uniforme registratie van uitvalsredenen ontwikkeld.
Elk benchmarkonderzoek heeft tot nu toe geleid tot een brancherapport, waarin op hoofdlijnen de uitkomsten op brancheniveau gepresenteerd worden. Daarnaast ontvangt elke deelnemende mbo-instelling een instellingsrapportage, waarin de gegevens van de betreffende instelling worden vergeleken met die van andere instellingen.

Contactpersonen:
drs. Paul den Boer