KBA Nijmegen
KBA
KBA

Verzuimproblematiek in po en vo wordt onderschat


Het onderzoek
In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft KBA Nijmegen in de periode september 2020 tot en met maart 2021 onderzoek gedaan naar ziekteverzuim (geoorloofd verzuim) en kortdurend ongeoorloofd verzuim in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Naast het ministerie van VWS is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) nauw betrokken geweest bij het onderzoek.
 
Het onderzoek had tot doel om inzicht te bieden in 1) de omvang en aard van het ziekteverzuim (geoorloofd verzuim) en kortdurend ongeoorloofd verzuim (korter dan 16 uur in 4 weken) in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs en in 2) de omgang van scholen met verzuim.
 
Het onderzoek bestond uit een kwantitatief onderdeel (dataverzameling bij scholen) en een kwalitatief onderdeel (interviews met betrokkenen van po-/vo-scholen en bij de scholen betrokken leerplichtambtenaren en jeugdartsen/-verpleegkundigen).
 
Onderschatting van de verzuimproblematiek
Uit het onderzoek komt naar voren dat er sprake is van een belangrijke onderschatting van de verzuimproblematiek. De onderschatting zit in het feit dat de betrokkenen uit de scholen (en dat geldt ook voor leerplichtambtenaren en jeugdartsen/-verpleegkundigen) de patronen van verzuim niet goed in beeld hebben: veelvuldig kortdurend ziekteverzuim, kortdurend ongeoorloofd verzuim en de optelsom daarvan. Het kwantitatief onderzoek laat zien dat juist die patronen relevant zijn. Het gevaar is dat de leerlingen die een dergelijk verzuimpatroon laten zien tussen wal en schip belanden. Dat pleit ervoor om (in de scholen, en in samenwerking met de leerplichtambtenaren en jeugdarts/-verpleegkundigen) meer aandacht te besteden aan de analyse van verzuim in de registraties en vooral om ziekteverzuim en ongeoorloofd verzuim in samenhang te bekijken.
 
Scholen hebben de indruk dat ze de problematiek overzien en ‘onder controle’ hebben, maar in werkelijkheid is dit onvoldoende het geval: patronen worden onvoldoende herkend, men vertrouwt met name in het primair onderwijs te veel op de ‘goede contacten’ (met leerling en ouders) en ook de opvolging naar de leerplichtambtenaar/jeugdarts is niet altijd adequaat. Daar komt bij dat door het gebruik van apps het directe contact met ouders bij een afwezigheidsmelding dreigt weg te vallen. En dat terwijl de communicatie met en rol van ouders bij het terugdringen van (ziekte)verzuim erg belangrijk is.
 
Download het Rapport
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Mariska Roelofs
m.roelofs@kbanijmegen.nl